Scholen aan het woord | Talland College, met Marc Ligthart en Bea den Bakker
dinsdag 3 november 2026
"In het onderwijs kun je bijna niet zonder elkaar. Je moet het ook niet willen."
In de rubriek Scholen aan het woord gaan we in gesprek met onderwijsprofessionals uit het hele land over hun ervaringen met het lesmateriaal en de samenwerking met het Consortium Beroepsonderwijs. In deze editie spreken we twee collega's van het Talland College, sector Techniek: Marc Ligthart, docent Bouw en Infra en sinds kort constructeur bij het Consortium, en Bea den Bakker, opleidingsmanager voor de opleidingen Middenkaderfunctionaris Bouwkunde en Grond-, Weg- en Waterbouw.
Marc zat zelf ooit in de schoolbanken van deze opleiding. Hij werkte als student met de projectwijzers van het Consortium, kwam terug als docent en schrijft nu mee aan het materiaal waar hij zelf mee heeft gewerkt. Een gesprek over die route, over wat praktijkervaring toevoegt aan het onderwijsmateriaal en waarom een school volgens Bea echt niet meer in haar eentje moet willen ontwikkelen.
Kennismaking
Kunnen jullie jezelf kort voorstellen?
Bea: Ik ben opleidingsmanager bij het Talland College binnen de sector Techniek. Sinds schooljaar 2014-2015 ben ik opleidingsmanager voor Middenkaderfunctionaris Bouwkunde en Grond-, Weg- en Waterbouw. Daarvoor was ik achttien jaar opleidingsmanager bij werktuigbouw, sign, metaal, mechatronica, mobiliteit en technicus engineering.
Marc: Ik ben voormalig student van deze opleiding, die ik met heel veel plezier heb gevolgd. Nu ben ik twee jaar volwaardig docent met een bevoegdheid, en daarvoor heb ik hier stage gelopen. Ik vind het leuk om studenten enthousiast te maken voor het vak, en dat is misschien ook wel de reden dat ik zoveel verschillende vakken geef. Ik ben over alles wat we aanbieden enthousiast en ik hoop dat over te kunnen brengen op mijn studenten. Ik zit nog niet zo lang in het onderwijs, maar het geeft mij energie om hiermee aan de slag te gaan.
Wat typeert jullie school en opleiding, zeker binnen Bouw en Infra?
Marc: Wat ons typeert, is de omgang met elkaar. Dat studenten zich gezien voelen. Het is praktisch ingestoken en studenten en docenten kennen elkaar bij naam; het is een klein wereldje. Heel persoonlijk, zo zou ik het omschrijven.
Bea: We bieden veel innovatief onderwijs gestructureerd aan, zodat studenten worden meegenomen in hun studieloopbaan. Daar zijn de mentoren ook heel goed bij betrokken. Die structuur, aantrekkelijk onderwijs en onze relatie met het bedrijfsleven: dat staat voorop binnen ons onderwijs en curriculum. Dat zijn onze pijlers, als het ware.
Van student naar docent naar constructeur
Marc, hoe is die route van student naar docent naar constructeur gelopen?
Marc: Ik ben na mijn vier jaar hier op het mbo doorgegaan naar het hbo, en na een half jaar miste ik mijn voormalige mbo heel erg. Ik miste mijn docenten, het contact en de manier waarop het daar ging. Het was heel anders dan wat ik op het hbo meemaakte; ik miste de praktische insteek heel erg.
Daarom heb ik een oud-docent gevraagd of het mogelijk was om mijn hbo-projecten een keer op het mbo te presenteren, als een soort gastles. Dat beviel oud-docenten en studenten zo goed dat het uiteindelijk meerdere gastlessen werden. En toen kwam plotseling de docentenopleiding in beeld. Heel gemoedelijk kwam dat ter sprake, want ik moest wel een bevoegdheid hebben. Dus ben ik die docentenopleiding gaan volgen naast mijn hbo Bouwkunde, een eenjarige kopopleiding.
Toen ging er bij het Horizon College (inmiddels Talland College) een collega weg bij grond-, weg- en waterbouw. Ik stond op het punt om weg te moeten gaan bij de school, maar plotseling was er een plek voor mij. Dat was een hele bijzondere dag, toen ik hoorde dat ik hier toch nog mocht blijven.
En hoe kwam het Consortium in beeld?
Marc: Toen is het balletje gaandeweg verder gaan rollen. Ik ben er taken bij gaan doen, op een gegeven moment ook het mentoraat, en ik ben zowel Bouw- als Infravakken gaan geven. Op een gegeven moment zei een oud-collega, die al bij het Consortium aan de slag was: er is een plek bij het Consortium, is dat niks voor jou? Ik was eerst een beetje verbaasd. Ik dacht: moet ik dat nou wel doen, is dat niet te hoog gegrepen? Hij zei: je bent al heel vaak projecten aan het schrijven en aan het aanpassen waarvan jij vindt dat het anders moet, die kennis en dat enthousiasme mag je best met andere scholen delen.
Toen ben ik heel enthousiast bij mijn leidinggevende naar binnen gelopen om te vragen of dat een mogelijkheid zou zijn. En zo ben ik langzamerhand bij het Consortium aangeschoven. Ik vind het heel bijzonder hoe het gegaan is. Echt heel bijzonder. Ik wil hier echt niet meer weg.
Bea, jij hebt die stap gestimuleerd. Waarom vond je dat belangrijk?
Bea: Ik denk dat je het altijd zou moeten aanpakken als je rechtstreeks invloed kunt uitoefenen op welk leermiddel dan ook. Daarnaast heeft Marc een aantal kwaliteiten, zoals hij zelf ook al zei, in het creatief verzinnen van projecten die aansluiten bij de doelgroep. En uiteraard bij de theorie die gegeven moet worden. Dan heb je een win-winsituatie: je zet een medewerker in zijn kracht en we hebben er zelf als onderwijsinstelling ook nog enorm veel profijt van. Daarom zal ik dat altijd stimuleren als mensen dat willen.
Wat betekent het voor studenten om iemand voor zich te hebben die dezelfde weg heeft afgelegd?
Bea: Het is natuurlijk een voorbeeld van wat je allemaal kunt bereiken. Maar eerlijk gezegd: dat een student ook docent wil worden, zien we niet zo vaak. Bij andere teams heb ik wel gezien dat mensen instructeur wilden worden en overstapten vanuit het bedrijf waar ze werkten. Maar als docent moet je in principe veel langer leren, en dat gebeurt maar weinig. De meeste van onze BOL 4-studenten zijn helemaal niet bezig met hun toekomstplannen, die willen hun schoolloopbaan zo snel mogelijk achter zich laten.
Marc: Het werkt wel inspirerend als je kunt laten zien wat je zelf op de opleiding gedaan hebt. Hoe heb ik die bushalte ooit aangepakt? Waar liep ik tegenaan? Dat neem ik allemaal mee, en ik merk echt wel dat ze ervoor openstaan om ernaar te luisteren.
Dat is niet om antwoorden te verklappen, in de zin van: je moet het zo doen. Maar meer als: ik had dit als denkwijze, hoe kijk jij ertegenaan? En ik heb ook weleens momenten dat ik denk: goh, had ik het maar op die manier aangepakt. Aan die student van toen denk ik dus nog regelmatig terug. Het van en met elkaar leren, dat vind ik een van de mooiste dingen die er is.
Werken met de projectwijzers
Jullie werken al langere tijd met het materiaal van het Consortium. Hoe is dat gebruik gegroeid?
Bea: Marcs voorganger deed dat volgens mij al heel lang. Het is heel erg projectmatig gestuurd, en zo zit de Infra zeker in elkaar en de Bouwkunde voor een deel. Dat past uitstekend bij elkaar.
Marc: Wij sluiten onze vakken aan op de projecten die worden aangeboden. Daar schrijven wij onze lijnlessen op.
Marc, jij hebt als student met dit materiaal gewerkt. Wat is je daarvan bijgebleven?
Marc: Wat mij heel erg is bijgebleven, is de structuur en de opbouw. Ik ben iemand die erg van structuur en duidelijke richtlijnen houdt. Voor mij was altijd helder: dit is wat ik moet doen, dit wordt van me verwacht en zo gaan we het maken. Natuurlijk is het de allereerste keer wel even wennen, want er komt dan heel veel op je af als student. Dat merk ik ook terug in mijn eigen docentschap en mentoraat. Die structuur kan ik terughalen vanuit het Consortium en die ben ik nu verder aan het verfijnen met mijn eigen inzichten.
Is er voldoende flexibiliteit om er je eigen draai aan te geven?
Marc: Die vrijheid hebben we volop. We hebben ons kwalificatiedossier waar we ons aan houden, maar de invulling is echt volgens die drie pijlers die we net noemden. Dus we zijn heel erg bezig met innovatie, met het bedrijfsleven betrekken en met het organiseren van excursies.
Had je als docent diezelfde regie ook toen je nog geen constructeur was?
Marc: Voordat ik constructeur was, had ik de projectwijzers ook op die manier in handen en ging ik er zelf overheen schrijven. Dan zei ik: jongens, dit is wat er bedacht is, maar wij gaan het hier en daar iets anders insteken.
Er wordt bijvoorbeeld een project gedraaid met een voorbeeld in Alphen aan den Rijn. Daar kan ik niet met mijn studenten heen. Dus dan pak ik een jachthaven hier om de hoek en daar ga ik met de studenten naartoe. Het moet tastbaar voor ze worden.
Wat merken studenten zelf van de manier waarop het materiaal is opgebouwd?
Marc: Het is voor de meeste studenten in één keer duidelijk te vinden, dat is wat we als antwoord terugkrijgen. Het oude materiaal ligt er nog, en daarnaast is er nu een volledig herschreven versie die voor een zestienjarige goed en duidelijk te lezen is. De stappen worden verder uitgewerkt, en net niet voorgekauwd. Dus het wordt begrijpelijker voor een eerstejaars, en dat bouwen we weer af naarmate de complexiteit van het project toeneemt.
Hoe zien jullie de groei van studenten terug gedurende de opleiding?
Marc: Wat opvalt, is dat ze de praktische vaardigheden heel snel ontwikkelen. Plannen, begroten, materiaalonderzoek: dat zijn vrij duidelijke, korte opdrachten die afgebakend zijn. Het ontwerpproces en het tekenen op het gewenste niveau krijgen, dat blijft lastig, want ze missen informatie. Wat zet ik nou op een goede tekening, op een schetsontwerp, een voorlopig ontwerp, een definitief ontwerp? Daar zijn studenten nog niet waar ze moeten zijn. Maar bij die kleinere stappen merken we echt dat er over de jaren een procesontwikkeling is, ook door de stages.
De waarde van praktijkervaring
Bea, wat vraagt het van een opleiding om studenten niet alleen kennis, maar ook vakmanschap en inzicht mee te geven?
Bea: Allereerst vraagt het een goed regionaal netwerk, met name bij BOL 4, om te zorgen dat je excursies en gastlessen bij de juiste bedrijven ziet en kunt regelen. Bij bedrijven met de juiste innovatieve mogelijkheden natuurlijk. Dus het vraagt een zekere mate van ondernemerschap van de docenten, en uiteraard ook organisatiecapaciteiten om dat gewoon goed te kunnen organiseren.
Ik heb deze en vorige week twee studentenlunches gehad, met eerstejaars en met derdejaars. Daar vraag ik bijvoorbeeld ook wat een stageperiode voor je betekent. Daar wordt enorm veel waarde aan gehecht. Ze zeggen dan: dan weet je pas of je echt in deze opleiding wilt blijven, of misschien toch liever gewoon met je handen wilt werken in de bouw, in plaats van dat meer theoretische proces aan de voorkant.
Dus ja, het heeft enorm veel waarde om praktijkcomponenten in je onderwijs te hebben. En het vergt iets van het team dat ze kijken wat past bij welk kennisonderdeel. CO2-neutraal bouwen, duurzame bouwmethodes, al dat soort aspecten. En zorgen dat je voelsprieten hebt in het regionale bedrijfsleven: die bouwt daar nu dit, en die bouwt daar nu dat. Erop afgaan en het dan organiseren. Dat vraagt het.
Hoe helpt het materiaal van het Consortium om die verbinding tussen theorie en praktijk te maken?
Marc: We hebben bij het Consortium de bpv-wijzers en die zetten we deels ook in voor onze eigen bpv-opdrachten. Het Consortiummateriaal helpt je in eerste instantie theoretisch op gang: wat wordt er in de praktijk in grote lijnen van jou verwacht? En daarna zetten we die bpv-wijzers volop in. Hoe gaan we die opdrachten nou praktisch vertalen naar de stages, waar je in een echte situatie een ontwerp maakt? Want dan komt er veel meer bij kijken dan wat je in eerste instantie weet.
Er zit een stuk in dat de student al weet, maar er zit ook een stuk in dat de student nog niet weet, omdat het niet in het Consortiummateriaal behandeld is. Ik ben wel van mening dat we daar als Consortium echt nog een slag in kunnen maken: om een student het volledige beeld te geven van een proces binnen de bouw of infra.
Kun je daar een voorbeeld van geven?
Marc: Ik heb weleens een project gehad met een starterswoning, waar we tekeningen voor moesten maken en waar we uitleg over hadden gehad. Maar dat ging in de praktijk in een heel andere volgorde. Dat is ook iets wat ik nu meegenomen heb naar mijn werkzaamheden bij het Consortium. Hier ben ik tegenaan gelopen, dit heb ik in de praktijk gezien, dus kunnen we dat niet beter op die manier insteken?
Een ander voorbeeld: bij een woonwijkrenovatie moeten studenten een tekening maken. Maar het is in de bouw en de grond-, weg- en waterbouw ook belangrijk hoeveel het uiteindelijk gaat kosten, en dat ontbreekt dan weer. Dat zijn nu zaken die ik aan het toevoegen ben, om studenten het complete plaatje te laten zien. Dat haal ik ook in mijn eigen vakken naar voren en dat koppel ik dan weer aan het project.
En waar zie je verder nog kansen?
Marc: Er is een eerste stap, maar er missen nog heel veel tussenstappen voor de student. Het moet de student duidelijk worden: hoe maak ik dit product? Hoe komt een goed ontwerp tot stand? Hoe maak ik een begroting? Dat leer je natuurlijk wel in de lessen, maar die tussenstappen mis ik bij het Consortium nog wel.
Wat hebben collega's nodig om goed met het materiaal te kunnen werken?
Marc: Wat collega's vooral nodig hebben (en daar spring ik hier en daar ook weleens bij in, ook voor nieuwe collega's), is dat ze duidelijk hebben waar ze kunnen vinden wat de student moet doen of nodig heeft, wat de student oplevert, waar ze informatie kunnen vinden naast alleen hun eigen lessen, en waar ze de student op moeten beoordelen. Dus de systematiek van de Digibib moet een collega goed op zijn netvlies hebben. Dat proberen we nieuwe collega's bij de start van het schooljaar ook direct bij te brengen.
Samen ontwikkelen en vernieuwen
Wat is voor jullie de meerwaarde van samen ontwikkelen met het Consortium en andere scholen?
Marc: Een mooi voorbeeld: wij hebben een breed basisjaar om studenten kennis te laten maken met zowel Bouw als Grond-, Weg- en Waterbouw. We werken met integrale projectwijzers waarin beide vakgebieden met elkaar verweven raken. Maar we misten een gecombineerde projectwijzer in de laatste periode.
Toen heb ik voorgesteld: hoe mooi is het als wij als Talland College een pilot draaien met een integrale projectwijzer waarin het weer samenkomt in plaats van uit elkaar gaat? Dus die ben ik nu aan het schrijven, Bouw en Grond-, Weg- en Waterbouw gecombineerd. Dat stukje samen ontwikkelen komt daar zeker in naar voren, want we gaan kijken hoe het bijdraagt aan ons brede basisjaar. En wellicht raken studenten ook enthousiast voor de grond-, weg- en waterbouw. Zo kunnen we dat aspect veel beter belichten.
Wat levert het jullie op ten opzichte van volledig zelf ontwikkelen?
Bea: Alleen maar op jezelf, dat kan helemaal niet meer, dat is echt heel inefficiënt. Als je kijkt naar de doelmatigheid van ROC's, ook in de regio, zou het heel kostbaar zijn om als school nu nog zelf dingen te gaan ontwikkelen. Kleine dingen, dat is meer wat Marc zei: modificaties. Maar de rest is onbetaalbaar, zo simpel is het. Er wordt weer bezuinigd op onderwijs en dat zal uit de lengte of uit de breedte komen. Het is niet slim om het alleen te doen.
Marc: Gelukkig valt dat bij ons wel mee. Wij doen heel veel in samenspraak, in duo's of in trio's.
Bea: Je wilt van elkaar ook weten wat je doet. In het onderwijs kun je bijna niet zonder elkaar. Tenminste, je moet het ook niet willen.
Waar zien jullie ruimte voor innovatie binnen Bouw en Infra?
Marc: We zijn bezig met praktische vaardigheden, met details bouwen. Dus niet alleen tekenen, maar ook in 3D bouwen, zodat je ziet hoe iets in elkaar zit. Dat kan een bouwkundig detail zijn zoals een dakgoot, maar ook een steigerconstructie, wat we vorig jaar voor het eerst als maquette hebben geprobeerd. We willen met 3D-scanners werken, met drones, met point clouds. Daar liggen allemaal ideeën waarmee we aan de slag willen. Inspelen op wat het bedrijfsleven ook doet, en de praktijkcomponenten vergroten.
Bea: En we gaan een soort kleine praktijkhal maken. We hebben drie locaties, zodat we op alle drie een stukje basis met de handen kunnen hebben.
Werken studenten tegenwoordig ook met drones?
Bea: Dat kunnen ze kiezen, dat is bijvoorbeeld een keuzedeel. We hebben het niet standaard in het curriculum, want dat past niet, maar het is wel een keuzedeel dat ze kunnen kiezen.
Hoe ondersteunen de examens en toetsen van het Consortium jullie bij het beoordelen van vakbekwaamheid?
Marc: De projecten zijn de basis voor het examen dat we afnemen. Alles wat daarin behandeld wordt, komt terug in het examen. Alleen gebruiken we voor de kerntaken van de Bouw- en Infraopleidingen niet het examen van het Consortium zelf, omdat we daarvoor met een andere erkende examenleverancier werken. Voor de keuzedelen zetten we het Consortium wel in als examen.
Tot slot
Als je terugkijkt op de samenwerking met het Consortium, wat is dan de grootste meerwaarde?
Marc: De aansluiting tussen onze lijnlessen en de projecten, dat zit heel stevig in elkaar. Zo presenteren we het ook altijd op ouderavonden: onze lijnlessen hangen vast aan het project. Dat is in mijn optiek de sterkste factor. En de structuur voor de studenten natuurlijk, dat helpt ook.
Waar zijn jullie trots op als je kijkt naar de ontwikkeling van studenten en collega's?
Bea: Dat wij innovatief onderwijs bieden dat gerelateerd is aan ons bedrijfsleven. Daar zijn we echt beter in dan andere scholen, voor deze opleiding. En we hebben in het team zoveel experts bij de bouwkunde en bij de grond-, weg- en waterbouw die ook uit de branche komen, dat we precies weten wat studenten nodig hebben om straks toekomstbestendig te kunnen werken. Daar zijn we echt heel goed in. En trots op.
Marc: De vakbekwaamheid van ons team, de expertise, het enthousiasme. Dat straalt het team ook echt uit. Het enthousiasme, de duidelijkheid, de inzet, de passie voor het vak. Er is sprake van een mooie samenhang.
Wat zouden jullie andere scholen meegeven die twijfelen over het werken met het Consortium?
Marc: Ik sprak laatst een school die er heel stellig in was om het niet te willen, omdat ze de structuur te voorgekauwd vonden. Dan zeg ik: wat kan het kwaad om voor het eerst eens één projectwijzer te draaien? Kijk eens wat voor project het is. Er staat weleens een bushalte in, nou, maak er een ijscokraam van, of een dierentuin, wat je wilt. Vul eens in: wat gaan die studenten doen? Hoe reageren ze erop? Wat vind je er als docent van, hoe je ermee werkt?
Het principe blijft hetzelfde. Dan ontwerp je de fundering voor een ijscokraam of een kiosk. Dus je moet altijd met een korrel zout nemen welk project er gegeven is, dat doe ik hier zelf ook. Ik heb er een keer een skatepark in gepast. Prachtig mooi skatepark, goede opdracht. En de studenten vinden het leuk, want het is naast de school en ze weten allemaal wat het is. Dus durf de gok te wagen om één projectwijzer te proberen. Je kunt er daarna altijd van afstappen.
Bea: Wij hebben veel zestien- en zeventienjarigen. De prefrontale cortex is pas rond het 24e jaar volgroeid, dus plannen en organiseren is niet hun sterkste kant. Je kunt wel willen dat ze dat helemaal zelf doen, maar dat is vaak niet haalbaar.
Is er nog iets wat jullie zelf kwijt willen?
Marc: Ik ben heel blij dat ik dit er allemaal bij doe. Ik had het nooit verwacht, sowieso al niet dat ik docent zou worden. Ik sta hier voor de studenten, en gelukkig krijg ik ook veel terug van ze. Dat vind ik ook belangrijk.
Wil je, net als het Talland College, meebouwen aan onderwijsmateriaal? Neem contact met ons op via consortiumbo.nl/contact.
Bekijk ook







